Abonneren
Word lid

ic-artsen werken ook thuis

Linda van Aalderen

Linda van Aalderen

Op een mottige nazomerdag schuif ik de veranda op bij Arjanne, ic-arts in Deventer. Ik ben benieuwd hoe het verhaal over corona klinkt vanuit iemand die aan de frontlinie stond de afgelopen tijd. Iemand die COVID-19 onmogelijk af kan doen als ‘maar een griepje’, omdat de ziekste coronapatiënten door haar handen verzorgd moesten worden. Ik kom bij haar om een nieuwe aflevering in de serie thuiswerken te maken en van te voren vraag ik me af hoe ik deze aflevering in het geheel ga passen, omdat een ic-arts natuurlijk niet thuiswerkt. Lijkt mij.

Terwijl onze kinderen samen op de trampoline spelen vertelt Arjanne me hoe onwerkelijk de pandemie in eerste instantie was, maar hoe snel ze deze nieuwe realiteit werkbaar moest zien te maken. In het ziekenhuis bestaat voor elk ziektebeeld een behandelprotocol, maar voor COVID-19 bestond dat natuurlijk nog niet. Dus naast dat er op de afdeling zelf veel facilitair werk verzet moest worden om de ic-afdeling klaar te maken voor de verwachte stroom COVID-patiënten, moest Arjanne met haar collega’s zorgen dat er een behandelprotocol kwam zodat al het behandelend personeel wist hoe ze moesten handelen. Hoe je iemand met COVID-19 moet beademen, hoe ze zichzelf moesten beschermen, hoeveel bloedverdunners iemand mag. ‘Het is een ziekte die je nog niet kent en die je moet leren kennen’, vertelt Arjanne, en dus volgden de ic-artsen een soort spoedopleiding COVID-19. En dat gebeurde thuis, naast het werk dat op de ic zelf verzet moest worden. Er was gelukkig al informatie uit voornamelijk China en Italië beschikbaar, maar hier werden weer nieuwe ontdekkingen en ervaringen opgedaan en bovendien moest alles vertaald worden naar het Nederlandse zorgsysteem. Er werden vaak webinars van soms wel twee uur lang gegeven om kennis en ervaringen te delen en al snel werd de medische literaire wereld opengezet, zodat iedereen vrij toegang had tot alle mogelijk bruikbare informatie.

De thuiswerkplek van Arjanne, ic-arts in Deventer

Voor de meeste mensen verloopt het ziekteproces van COVID-19 als een naar soort griep met als belangrijkste kenmerken kortademigheid en koorts, vervelend, maar na goed uitzieken is het wel te overkomen. Luisterend naar Arjannes verhaal wordt me al snel duidelijk dat op de ic-afdeling dit voorjaar een heel andere werkelijkheid zich aandiende.

Wat wij zagen was dat eigenlijk het hele lichaam wordt aangetast door dit virus. Je krijgt te maken met extreme ontstekingsreacties en het doet alles aan: de organen, de spieren, de zenuwen, alles. En als je zover bent dat je op de ic aan de beademing komt, dan kunnen daar nog een aantal complicaties bijkomen, zoals bacteriën in je bloed en afbraak van spierweefsel. Er was dus ineens een virus, maar we hadden geen middelen om het te behandelen. Het enige wat je dan als arts kan doen is de uitgevallen organen ondersteunen en wachten tot het virus uitgeraasd is. Dan kijk je wat er overblijft.’

‘Als je intensivist bent, ben je er wel aan gewend dat er ook mensen overlijden. Maar niet in deze aantallen en niet met zo’n heftig ziektebeeld. Het was zo belangrijk om emotioneel betrokken te blijven, want alleen dan kun je goede zorg blijven bieden, maar het was echt wel zwaar om dat in deze mate vol te houden. Vanaf het moment dat iemand aan de beademing ging, werd de patiënt in coma gehouden en dan heb je geen contact meer met de patiënt en ben je eigenlijk alleen bezig het lichaam in leven te houden. Ook voor familie was dit vaak een heftig moment. Daar wilden we niet aan voorbij gaan, we wilden betrokkenen de mogelijkheid blijven bieden afscheid te nemen omdat niet iedere patiënt weer uit die coma zou komen. Dus zorgden we direct voor een aantal ipads. Daarnaast hadden we ook een afwijkend bezoeksysteem. In tegenstelling tot sommige andere ziekenhuizen, mochten bij ons de patiënten bezoek ontvangen. En als het punt van overlijden dichtbij kwam, gaven we meerdere familieleden de kans om afscheid te nemen.’

‘We voerden veel gesprekken om de familie op de hoogte te houden en om te blijven bespreken welke behandeling we volgden. Het moeilijke was dat we geen verwachting over het ziekteverloop konden geven, eenvoudigweg omdat we niet wisten hoe de ziekte verliep. Dat zette ons soms voor moeilijke morele dilemma’s. Want hoe lang wilde iemand eigenlijk doorbehandeld worden? Was wat we deden nog in lijn met de wens van de patiënt? Soms wisten we gewoon echt niet wanneer we moesten stoppen. En ook voor families was dat heel moeilijk en frustrerend. Ik merkte hoe belangrijk het was om in dit soort situaties als arts empathisch en betrokken te zijn, dan komt er een heel ander deel in de gesprekken dan wanneer je alleen een medisch gesprek voert. Voor betrokkenen is het heel belangrijk om te zien dat het je wat doet wat er met hun familielid gebeurt. Als je dat als arts niet kan doen, moet je ermee stoppen.’

Mijn hoofd duizelt van een werkelijkheid die eigenlijk aan de grote massa voorbij is gegaan. ‘Wij’ waren vooral bezig om van de lockdown iets gezelligs proberen te maken. Om te zorgen dat we ondanks de sluiting van de sportscholen niet al te veel kilo’s erbij kregen. En wat ik me afvraag is dit: in hoeverre hebben we zelf de keuze welke werkelijkheid we de afgelopen maanden beleefden? Wat hadden we zelf in de hand? Net zomin als dat Arjanne ervoor kon kiezen de coronatijd door te komen met het maken van art-selfies, hadden de patiënten op haar afdeling de keuze om corona af te doen als maar een griepje. En net zomin misschien ook konden ‘wij’ ons helemaal laten beheersen door een ziekte die we niet hadden, ‘wij’ moesten proberen zoveel mogelijk door te gaan met waar we mee bezig waren. Dat is de ene kant. De andere kant is de kant van internet. Want waar Arjanne bezig was een studie Covid-19 te volgen, daar bekeken wij de muzikanten op de balkons in Italië die samen een muziekstuk speelden, daar zagen wij heel veel corona-coups en urenlang was ons vergaderscherm geopend. We zagen ook wel de beelden van nieuwe begraafplaatsen, maar die klikten we het liefst snel weg. Van grafieken en statistieken met de cijfers van de dag, maar we openden al gauw Instagram en richtten ons op de blacklivesmatter-kwestie en bekeken de beelden van de celeb-huwelijken die alsnog gesloten werden. Ja, ik chargeer natuurlijk, maar het doet me eens te meer beseffen dat internet niet één waarheid vertelt, één verhaal. Internet vertelt ons het verhaal dat wij willen vinden.

Het Deventer Ziekenhuis heeft een filmpje gemaakt over de ic-afdeling ten tijde van COVID-19. Bekijk het hier: https://www.facebook.com/DeventerZiekenhuis/videos/240860567063297/