Abonneren
Word lid

Online meeting in de ggz

Linda van Aalderen

Linda van Aalderen

Een tijdje geleden schreef ik een blog over hoe wij van myndr thuiswerken en mijn conclusie was dat we zo graag gewoon bij elkaar op kantoor wilden komen om sámen te werken. Dat is zo anders. En ik dacht: voor ons is het gewoon veel leuker en fijner, maar zouden er ook situaties zijn waarin het gewoonweg nódig is dat je bij elkaar komt? Waar online werken een wézenlijk verschil maakt in hoe het werk verloopt? Deze vraag bracht me bij Johan, klinisch psycholoog in Utrecht. 

Johan werkt met mensen die worstelen met persoonlijkheidsproblematiek, dat betekent dat je vastzit in bepaalde patronen die je heel erg belemmeren in je functioneren. Je bent bijvoorbeeld extreem gevoelig voor kritiek, je durft niet naar buiten of je hebt enorme verlatingsangst. Als je aan deze groep mensen denkt -en als je er zelf bij hoort heb je het misschien aan den lijve ondervonden- dan kun je je voorstellen dat de periode van de lockdown er meer dan gemiddeld inhakte.

Routines

‘Door de problematiek van de mensen met wie ik werk, is het heel belangrijk dat er zo veel mogelijk voorspelbaar is. Voorspelbaarheid is één van de basisvoorwaarden waar we in de ggz mee werken. Andere zijn veiligheid, betrouwbaarheid en continuïteit. Voor veel van onze patiënten is het dus belangrijk dat er zoveel mogelijk gebeurt op een manier die ze kennen. Dat ze op de gang van zaken aan kunnen. Dan kosten de randvoorwaarden geen energie en stress, want je hoeft er niet over na te denken. Je zou kunnen zeggen dat we heel veel rituelen hebben, vaste routines. Mijn patiënten zie ik bijvoorbeeld op een vaste tijd in de week. Maar er zijn nog veel meer routines te noemen. Stel dat ik een gesprek heb met een patiënt, dan bereid ik me daarop voor. De patiënt doet dat ook, hij maakt tijd vrij, komt naar de locatie en gaat in de wachtkamer zitten. Vervolgens ga ik de patiënt uit de wachtkamer ophalen. Dan zie ik al even hoe iemand erbij zit. Als je samen terugloopt en je al wat begint te praten in de gang gaat het gesprek eigenlijk al lopen. Dat hoort er allemaal bij. Ik heb ook een vaste opstelling, ik zit in de ene stoel, de patiënt in de andere en we worden niet gestoord.

Toen de lockdown kwam, werden al deze routines doorbroken. Dat was echt wel heftig, want je wil voor je patiënten aan die basisvoorwaarden blijven voldoen, omdat ze zo belangrijk zijn. Maar alles was anders en we waren totaal niet voorbereid. Ik zat ineens thuis aan de keukentafel met uitzicht op de vaat van die ochtend. Alles wat normaal vanzelfsprekend is, werd nu een vraag. Kan ik hier ongestoord werken? Is de internetverbinding toereikend? Welke tijd spreek ik welke patiënt?’

De werkplek van Johan, klinisch psycholoog uit Utrecht

Mij lijkt het zo anders om via je laptop met je patiënten te praten en ben benieuwd wát er dan zo anders aan is. Want dat online praten niet hetzelfde is als live praten ervaren we allemaal wel, maar waar zit hem dat nou in?

Wat niet in beeld komt

‘Het begint al met dat je een deel van de rituelen, de randvoorwaarden, mist. Ik miste bijvoorbeeld het ritueel van de wachtkamer. Nu zat ik achter mijn laptop te werken en één klik op de muis en de patiënt was in beeld en één klik en hij was weer weg. Ik nam ook geen tijd voor de overgangen, na het gesprek werkte ik direct weer verder. Tijdens de gesprekken zelf miste ik ook veel. In mijn behandelingen bespreek ik veel patronen en emoties en het is dus heel belangrijk dat mijn patiënten zich vertrouwd en veilig voelen. Daarom ben ik erg gespitst op hoe iemand eruit ziet, hoe iemand reageert op wat ik zeg, of het goed overkomt. Maar dat gaat veel minder in 2D. Op het scherm zag ik alleen maar een hoofd en miste ik alle andere informatie, bijvoorbeeld of iemand onrustig is met zijn handen of lichaam. Je ziet iemand de hele tijd onder dezelfde hoek, de stem komt anders over en nuances vallen weg. Daarnaast zaten verbindingsproblemen me soms echt in de weg. Dan was ik bijvoorbeeld bezig om iets spannends te zeggen of iemand heftige emoties te laten voelen en dan stoorde de verbinding opeens. Dan zit je scheldend achter je computer, want dan denk je echt ‘shit, kom terug, kom terug, we moeten nu door, ik moet erbij zijn.’ Dan glipt iemand even weg en dat is heel heftig. Het maakte dat je het eigenlijk niet té spannend kan maken omdat je in je achterhoofd houdt dat je weg kan vallen. 

Een ander mooi voorbeeld is dat ik ook intakes heb gehad tijdens de lockdown. Die mensen kende ik dus alleen nog maar van het scherm. Toen ik ze later voor het eerst op kantoor zag, moest ik gewoon wennen aan hoe ze bewogen.’

Elkaar tegenkomen

‘Als je in de ggz werkt is het belangrijk dat je ook kwetsbaar bent over wat je meemaakt. Als je vastloopt in een behandeling moet je naar jezelf kijken, naar wat je doet en daar met collega’s over praten zodat je weer vrijer na kunt denken. Dat is voor ons wezenlijk onderdeel van het werk. Online ging dat een stuk moeilijker, vooral omdat dit dingen zijn die je normaal niet organiseert. We kwamen elkaar niet tegen in de gang of liepen even bij elkaar naar binnen. Dan houd je het vast en dat komt de behandeling niet ten goede. Ik denk nu ook wel: stel dat er weer een lockdown komt dan ga ik gewoon langs collega’s als ze een beetje in de buurt wonen, gewoon om ze even te zien. Desnoods 5 minuten bij de deur, maakt me niet uit. Ik heb me er echt op verkeken hoe fijn het is om elkaar live te zien.’

De voordelen (want die zijn er natuurlijk ook)

‘Er waren patiënten die het heerlijk vonden. Ze hoefden zich niet persé uitgebreid aan te kleden, niet te reizen en ik had zelfs een patiënt die heerlijk relaxt een sigaretje opstak. Als je gevoelens van onveiligheid hebt is het heel fijn als je in je eigen vertrouwde omgeving kan blijven en daar kwam voor mij ook nieuwe informatie uit. Ook kon ik actief met iemand oefenen: ik kon ‘meelopen’ door huis. Zien wat iemand doet en coachen. Of mee naar buiten. Dan zei ik: ‘oké, we gaan nu naar een roltrap’ en dan gingen we samen naar een roltrap. Ook zijn er mensen met wie ik traumagesprekken voer en zij konden thuis opener zijn dan in mijn spreekkamer omdat ze niet bezig hoefden te zijn met de ‘bedreiging’ van met een therapeut in een voor hen vreemde kamer te zitten.’

Hoe (niet) thuis te werken

Het lijkt alsof dit verhaal alleen over patiënten in de ggz gaat, maar gaat het eigenlijk niet over ons allemaal? De een is misschien flexibeler dan de ander, maar iedereen houdt van veiligheid en overzicht. We maken in elke setting onze eigen rituelen, zou je kunnen zeggen. We zijn allemaal gehecht aan ordenen; dit hoort bij dit en dat hoort bij dat. Hoe ervaart Johan dat? ‘Ik maak zelf altijd een bewuste scheiding tussen mijn werk en thuis. Zo kan ik mijn aandacht richten. Maar toen we ineens thuis moesten werken liep alles door elkaar. Ik gebruikte mijn privé-telefoon om patiënten te bellen, maar daar komen natuurlijk ook appjes op binnen. Onze werkcomputers functioneren op een zwaar beveiligd netwerk, daardoor moest ik mijn eigen laptop gebruiken om te kunnen videobellen. Patiënten mogen normaal alleen via een intern systeem mailen, maar nu stond de chatfunctie noodgedwongen open. Dat leidde allemaal af. Omdat alles zo plotseling gebeurde overkwam het me allemaal, maar nu zie ik hoeveel energie dat kostte. Het is belangrijk je te richten en overgangen van het een naar het ander te markeren. Voor mij werkt even mediteren bijvoorbeeld goed. Of een rondje lopen in de tuin. Kijken wat daar nu weer bloeit. Dan ben ik echt even offline.’

Johans verhaal laat extra duidelijk zien wat ik in mijn eerdere blog al opmerkte; dat online vergaderen anders is omdat de informatie die we krijgen anders is. Dat we spontaniteit als werkritueel nodig hebben. En dat we bewust aan het werk moeten gaan en bewust weer afsluiten. Zodat we onze aandacht richten óf op ons werk óf op thuis, en niet op allebei tegelijk. In een volgend blog meer daarover, als ik vertel over mindfulnesscoach en yogalerares Naomi. Stay tuned 😉 Of nee, sluit dit scherm maar af. Even lekker naar buiten. Kijken wat er nu weer bloeit.