Abonneren
Word lid

Thuiswerken bij myndr

Linda van Aalderen

Linda van Aalderen

Thuiswerkplek van Paul, programmeur

Thuiswerken. Het leek even het nieuwe normaal te gaan worden. En vanuit de overheid wordt thuiswerken ook zeker nog steeds gestimuleerd. Maar zelf merken we dat zodra het maar even kan, we graag weer echt naar ons werk toe gaan. Het voelt zelfs als een opluchting om weer de geur van kantoor op te snuiven en bij elkaar aan het bureau te zitten. Waarom eigenlijk? Het is toch best ideaal om thuis te werken, zou je zeggen. Niet haasten ’s ochtends, maar rustig ongeschoren je mail checken. Koffie uit je lievelingskopje. Tussendoor even de wasmachine aanzetten. Lunch in de achtertuin. Geen reistijd. Na wat geschuifel in huis vinden we allemaal wel een plekje waar het prima toeven is. Paul bijvoorbeeld belandde op zolder. Paul trouwens ook. En Maarten … ook.

Thuiswerkplek van Maarten, de baas

Wat is er dan met die zolder? Waarom is die (ondanks gesleep op trappen met meubels, nationale hitte-plannen die in werking gesteld moeten worden en wifi die het niet redt om twee keer door een plafond heen te dringen) uiteindelijk zo aantrekkelijk? Het antwoord: we hebben een plek nodig die onze werkplek is. Waar niet de hele tijd ook andere activiteiten zijn. We moeten ergens naartoe kunnen waar we kunnen zeggen: hier zijn we aan het werk. Hier is niet de was. Hier zit ik niet in m’n chill-outfit. Hier staat de myndr op stand 2.

Thuiswerkplek van Paul, COO

En er is nog een reden. En dat is dat we het zo misten om samen aan het werk te zijn. Ja, tuurlijk, dat kun je best digitaal initiëren, maar dat is toch wezenlijk anders. Communicatie is zo veel meer dan tekst overbrengen.

Laat me je een beeld schetsen.

Stel: je komt op kantoor. Je bent met een collega samen met een project bezig en bij het koffieapparaat tref je elkaar. 
‘Zullen we zo even kijken naar het voorstel van Maarten?’ zeg je 
... * stilte * ... 
‘He, wat?’ 
Je herhaalt je vraag. 
‘Ja, goed’, is de reactie. 
Je kijkt je collega eens aan. Hij kijkt weg. Zijn hand trilt een beetje als hij zijn koffie pakt. 
‘Alles in orde?’ vraag je.


Laten we deze nu eens digitaliseren.

Stel: je logt in op Teams (of Slack, of Workplace, of wat voor chat-tool dan ook). Je gaat met een collega overleggen over een project. ‘Goeiemorgen 😊’
Je collega logt wat later in dan afgesproken. 
Irritant. 
‘Heb je het voorstel van Maarten gelezen?’ typ je 
...*Geen reactie* ...
 Irritant. 
Even later: ‘Ga ik zo doen’. 
Nog niet gelezen dus. Kun je mooi niet verder. 
Irritant.


Je hebt wel contact als je digitaal communiceert, maar gek genoeg is het menselijke eraf. Het intermenselijke. En dan zeggen we dat we het gemist hebben om ‘even’ makkelijk met de ander te overleggen. Om ‘gewoon’ te praten met elkaar. En dat is zo. Maar het gaat om veel meer dan dat. Juist die kleine nuances en de aandacht die je daarmee voor elkaar hebt, maken dat je een samen-gevoel hebt. Dat je samen aan iets werkt en elkaar stimuleert. Samen in de vibe zitten. Dat heb je pas als je ook samen bént.

Aandacht en samen-zijn. Als iets duidelijk is geworden de afgelopen tijd, dan is het wel hoe wezenlijk deze twee dingen zijn. Het zegt zo veel over hoe wij als mensen in elkaar zitten. Hoe nodig we het hebben om ons te richten en hoe nodig we elkaar hebben. In real-life. Niet face-time.