De juf op internet

Stories

Door Linda van Aalderen — 2 juli 2021

Maike Douglas-Westland Schrijfster, blogger, bekend van social media, Jufmaike.nl.

Maike Douglas-Westland, alias Juf Maike, is geen onbekende in onderwijsland. Met haar website trekt ze dagelijks veel bezoekers, haar facebookpagina kent een grote groep trouwe volgers en onlangs is haar boek ‘De Gelukkige Leraar’ verschenen. Begonnen als juf op de basisschool richt ze zich tegenwoordig vooral op het ondersteunen van leerkrachten. Goed voor jezelf én voor je vak zorgen, daar gaat het haar om. Eén dag in de week werkt ze als invalleerkracht op diverse scholen om de onmisbare feeling met het vak te houden.

Lees verder onder de tekening

beeld: © Linda van den Born

Wat voor plek heeft internet in jouw lessen?
Tot voor kort werkte ik vast op een school bij mij in de buurt. Tijdens de thuiswerkperiodes hadden we rekenen, taal en spelling online, maar daarna is dat toch weer teruggegaan naar alleen maar rekenen en dingen als presentaties maken n.a.v. thema-onderwijs. Ik geef alle lessen en instructies via het digibord en maak naast de methodesoftware ook zelf veel lessen. 

Tijdens het thuiswerken was digitaal werken heel fijn, omdat we op afstand mee konden kijken, maar in de klas vind ik het het fijnst als de leerlingen in hun werkboek werken. Want als ze online werken, dan skippen ze makkelijk dingen of ze vullen het veel te snel in. Als leerlingen bijvoorbeeld met rekenen met een vraag komen, gaat die vraag  vaak over één bepaald onderdeel, maar ik heb geen idee hoe ze de rest hebben gemaakt. Als ze in hun werkboek werken, dan heb je gelijk overzicht over een hele les. En dan kan ik zien dat de stappen die ervoor kwamen om dit te kunnen, ook al niet goed gingen. En dat kan ik niet zien als ze daar digitaal mee bezig zijn. Dan moet ik zelf helemaal terugklikken en dat is gewoon meer gedoe.

Als je kijkt naar hoe veel kinderen online zijn, wat valt je dan op?
Dat is wel extreem veel meer geworden en soms vraag ik me wel af of dat wel oké is. Ik vind dat je daar als school wel hele bewuste keuzes in moet maken en ook dat je een soort schermtijd moet hebben. Dus het ene vak wel online en het andere niet, expres, om ook even die ogen rust te geven. Ik zou kinderen eigenlijk max een uur, anderhalf uur zelf op een scherm laten werken. En ik denk dat je daar al héél snel aan zit. 

Hanteer je grenzen als het gaat om internet in de klas?
Tijdens het werk moeten de leerlingen alleen maar het werk doen dat mag en ze weten ook wat ze mogen doen als ze klaar zijn. Daar bedenk ik meestal opdrachten voor die niet online zijn. Dus als ze bijvoorbeeld hun rekenwerk hebben gemaakt, dan mogen ze juist even iets op papier doen.

Ik ben altijd helder in wat wel en niet mag, maar in mijn laatste vaste klas moest ik dat wel blijven herhalen, bij een aantal in ieder geval. Ze wisten dat ik meekijksoftware had, maar ze probeerden het toch. Met van die trucjes; als ik dan langsliep veranderden ze snel hun scherm bijvoorbeeld. 

Zeggen kinderen daar wat over? Vinden zij het wel eens te veel?
Nee, het liefst zitten ze er de hele dag achter! Liever meer dan minder. Ja, waarom is dat? Volgens mij ga je dan toch naar het dopamine-verhaal*. Dat je een soort geluksstofjes krijgt als je meldingen krijgt bijvoorbeeld. Het is gewoon allemaal wat sneller en leuker om naar te kijken dan naar die juf voorin de klas. Dus ik denk dat het hetzelfde is als voor volwassenen, dat dat gewoon een aantrekkingskracht heeft. Wij weten inmiddels dat we het niet zo veel zouden moeten doen, of je voelt je er aan het einde van de dag niet zo lekker door, maar dat maakt kinderen natuurlijk niks uit, die hebben niks te maken met later, voor hen is er alleen maar nu. Het is hetzelfde effect als bij snoepjes, of chipjes, en het hoort gewoon bij kind-zijn.

Zijn kinderen volgens jou mediawijs?
Ze weten heel goed hoe ze ermee om moeten gaan en wat ze allemaal op kunnen zoeken. Dat technische gedeelte onderwijzen ze eerder aan óns. Met Gynzy bijvoorbeeld, dan zeggen ze: ”Oh, juf, dit kan veel sneller zo en zo’ of ‘Oh, juf, je kan met ons meekijken, hé? Dat kan met deze knop en dan ben je er meteen.’

Maar wat ik wel vaak mis is de bewustwording van wat het dan verder allemaal brengt. Ik had een aantal leerlingen in groep zes die zelf ook op Tiktok zaten, ik denk dat ik dat als moeder liever niet zou willen. Want dat is gewoon vanaf een bepaalde leeftijd en niet als je tien bent, vind ik. En zeker niet herkenbaar. 

Vanuit mijn rol kan ik daar ook anders over vertellen. Als leerlingen dan zeggen ‘oh, je hebt vijf duizend volgers op instagram!’, dan vertel ik altijd wat ik ervoor moet doen, en dat t ook echt niet meteen instant fame is en je er direct heel veel geld mee kan verdienen. Dat het werk is en dat je moet nadenken over wat je erop zet, omdat het altijd online kan blijven staan en het je altijd kan achtervolgen. Dus mediawijsheid in de zin van vooruitkijken naar later, dat mist nog heel erg, vind ik. En dan twijfel ik altijd wel of je nou als school de taak hebt om dat mee te geven of dat dat toch iets voor de ouders is. Ik laat wel eens een filmpje van het Klokhuis zien als ze aan het eten zijn ofzo, om ze toch even bewustwording mee te geven. 

Hoe leg je dan uit aan je kinderen en je klas dat je zelf wel veel online te zien bent?
Nou, ik leg echt uit dat ik héél bewust bezig ben met wat ik er wel en niet opzet. Ik zet mijn eigen kinderen ook nooit herkenbaar in beeld.

De jongste snapt er nog niets van, die is nog zo jong, dus dan zeg ik: ‘draai je even om, dan kan ik een foto maken’. Maar met de oudste heb ik het daar wel over en leg ik uit dat ik niet wil dat hij online ergens staat. En dat je op een gegeven moment daar zelf heel bewust kan in kiezen, maar dat je dat pas vanaf een bepaalde leeftijd echt goed kan. In de groep 6 die ik had merkte ik ook vaak dat meiden dan denken: ik zet een paar posts op TikTok en ik ben beroemd, want dat is wat ze dan graag willen: heel beroemd worden. Die meiden zijn heel erg bezig met hoe ze eruit zien voor de buitenwereld.

Ik denk dat dat invloed heeft op hoe ze zichzelf zien, dus daar probeer ik wel vaak met ze over te praten. Op het moment dat ik die gesprekken met ze heb lijken het wat oppervlakkige gesprekken, maar ik denk dat de radertjes wel gaan draaien.

Door Linda van Myndr