Lees je in en spreek je uit

Stories

Door Linda van Aalderen — 20 augustus 2021

Naomi Smits Onderwijsduizendpoot, foto door doriekefotografie.nl.

Naomi Smits is een bekende duizendpoot. Juf van groep 8 en leescoördinator in De Meern, schrijver van Eh… juf, hoe krijg je eigenlijk kinderen? en Juf Naomi klapt uit de school, actief op social media en eigenaar van Tekstbureau Doppie.

Als je Naomi aan het woord laat, is ‘lezen’ een van de eerste woorden die ze zegt. ‘Alles begint met lezen. Nederland zit momenteel op het niveau van een ontwikkelingsland, qua lezen, nou, dat vind ik echt heel erg. Mijn missie is om van leeshaters booklovers te maken. Om van leerkrachten lézende leerkrachten te maken. De rol van de leerkracht is zo belangrijk als het gaat om leesbevordering en boekpromotie. Met lezen gaat er een wereld voor je open. Als jij een goeie lezer bent, een lezer met plezier, dan ga je ook excelleren in andere vakken. Ik ben niet iemand die zegt: we moeten allemaal vwo’ers afleveren, maar ik denk echt dat het leren op school je dan makkelijker afgaat en je het ook leuker gaat vinden. Want het onderwijs wordt alleen maar taliger. Lezen is kennis, en kennis is macht.’

Het huidige niveau van lezen, heeft dat ook iets te maken met dat leerlingen veel online zijn?
‘Zeker, zeker! Want de kinderen zitten alleen maar op hun iPad of achter een scherm. Ik denk echt dat de rol van social media en het online-zijn afbreuk heeft gedaan aan de leesvaardigheid. En de thuissituatie speelt ook mee, ik ken ouders, hoogopgeleide ouders, en die zeggen: wij zijn niet lid van de bieb, we hebben geen tijd voor lezen.’ Verschrikkelijk toch?’

beeld: © Linda van den Born

Hoe heeft online-zijn een plek bij jullie op school?
‘Eigenlijk heeft internet bij ons een geringe rol. Het is meer ondersteunend. Ik denk dat de leerlingen gemiddeld een kwartier tot een half uurtje op een device werken. Kan erger. We hebben van die chromebookkarren en daar hebben we een roulatiesysteem in. Daarnaast heb ik in mijn klas ook nog een aantal vaste computers staan. Het is vooral herhaling en oefenen van zaakvakken zoals aardrijkskunde en geschiedenis wat ze op hun device doen. Ikzelf houd gewoon van het beetje ouderwetse. Juist in een tijd dat we al zo veel online zijn, wil ik dat ze ook in boeken lezen en netjes werken in schriften. Verwerking mag online, maar de instructie is offline.’

Geef jij grenzen aan in wat de leerlingen wel en niet mogen online?
‘Ja, je moet als leerkracht eisen stellen. Ze willen bijvoorbeeld wel eens muziek luisteren of Youtube-filmpjes kijken tussendoor, maar ze moeten van mij eerst hun taken maken. Soms hebben leerlingen onder het werken wel 8 schermen openstaan. Als ik dan langsloop, – en als ze allemaal achter zo’n device zitten, moet dat vaak – laat ik ze de schermen allemaal aanklikken en dan staat bijvoorbeeld Minecraft open. Daar hou ik dus niet van. Ik vind het ook altijd wel een beetje spannend, met die kinderen online. Want wat zitten ze daar allemaal te doen? Wat zitten ze elkaar bijvoorbeeld allemaal te appen in de groepsapp?’

Op school moeten ze ‘s ochtends hun telefoon inleveren, daar heb ik een bak voor. Maar aan het begin van het jaar gaan ze natuurlijk even kijken wat voor vlees ze in de kuip hebben. Op een gegeven moment ging er één naar de wc en na schooltijd zei een leerling: ‘Hé juf, hij heeft om 11 uur geappt naar de groepsapp.’ Ik zei tegen één van de leerlingen: ‘Geef jouw telefoon eens even.’ Toen schreef ik een berichtje in de groepsapp: ‘Hier spreekt jullie juf: als ik merk dat iemand nog één keer zijn telefoon meeneemt naar het toilet, dan heeft die heel het jaar geen telefoon meer.’ Nou, dat kwam wel even binnen, maar dat vonden ze ook fantastisch dat ik dat had gedaan.”

Als een leerling iets doet wat niet de bedoeling is online, verbind je daar dan ook consequenties aan?
‘Ze krijgen van mij maar één waarschuwing. En anders is het: inleveren die laptop en je gaat het maar opschrijven. Eind groep 8 is natuurlijk altijd een beetje hectisch en rommelig. En dan willen ze graag oortjes in en muziek luisteren. Dan zeg ik: ‘Nou, we gaan een uur werken aan het afscheidsboek of aan de opdracht, over twintig minuten kom ik kijken hoe het gaat en als het goed gaat mag je je muziekoortjes in.’ Maar ik ben heel content, hoor, want ik heb een heel brave klas.’

Je bent zelf heel actief op social. Vertel je daar dan ook wel eens over in de klas, hoe je daarmee omgaat?
‘Ja, zeker, leerlingen volgen mij natuurlijk ook. Ik heb heel duidelijke grenzen in wat ik post en wat ik toelaat. Vooral Instagram is heel populair; ik heb daar een privé-account, een openbaar account en een bedrijfsaccount. Op mijn openbaar account volgt jan en alleman mij, daar ben ik veel mijn boeken aan het promoten en als ik een interview heb gehad of in een tijdschrift sta, dan vind ik dat leuk om te delen. Daar kunnen leerlingen mij wel volgen, maar ze willen mij natuurlijk ook graag privé volgen. Daarover heb ik gezegd: als je van school af bent en je zit op de middelbare en het mag van je ouders, dan mag je naar mijn privé-account een verzoekje sturen en dan bepaal ik alsnog of ik je toelaat, ja of nee. En dat vinden ze prima. Je moet er gewoon heel helder in zijn en goede afspraken met ze maken.’

beeld: © Linda van den Born

Dus best veel leerlingen die jou volgen, hebben zelf al een account op verschillende socials. Wat vind je daarvan?
‘Dat is net zoiets als: moet je je kind in groep 7 al een telefoon geven? Op een gegeven moment ben je de enige die het niet heeft. Dus ik denk dat groepsdruk daar wel in speelt. Als ik de ouders van mijn klas zo zie, weet ik wel honderd procent zeker dat ze daar met hun kinderen goede afspraken over maken.’

Waarom ben je zo’n fan van Twitter?‘ Ik vond Twitter eerst een soort afvoerputje van de socials, totdat de hashtag onderwijs bekend werd en ik daardoor heel veel mensen heb leren kennen. Zo heb ik mijn onderwijscolumns kunnen promoten, is mijn betrokkenheid bij researchED ontstaan en ben ik bij Uitgeverij Pica in the picture gekomen, dus het heeft voor heel veel mooie dingen gezorgd. Ik vind het ook heel mooi dat steeds meer meesters en juffen daar van zich laten horen, het is een soort olievlek die zich aan het verspreiden is. De leerkrachten die op Twitter zitten, willen namelijk allemaal zorgen dat de kwaliteit van het onderwijs omhoog gaat, dat er gewoon goed wordt lesgegeven zonder al dat geneuzel eromheen. Dus we inspireren elkaar met goede vakliteratuur, met congressen, maar ook gewoon met leesboeken. Als ik een lezing houd voor startende leerkrachten zeg ik ook weleens: ga op Twitter, want #onderwijs opent echt deuren voor je.’

Door Linda van Myndr