Myndr gaat naar school: the sky is the limit

Linda van Aalderen

Linda van Aalderen

Diane van der Hooft is leerkracht in groep 8 en ICT-coördinator op Katholieke Basisschool De Kopermolen in Klarenbeek. ‘Onze school staat op een heel idyllisch plekje: in het bos, naast het kerkgebouw waar het eerst bij hoorde.

De kinderen hier zijn veel buiten, ze gaan bijvoorbeeld vissen of lekker voetballen op het sportcomplex waar ze elke dag terecht kunnen.

Het is zo vrij en ze hebben veel ruimte. Toch denk ik weleens dat het voor kinderen van nu wel moeilijker is om kind te blijven als ik kijk naar de digitale wereld en wat ze daarin allemaal aangeboden krijgen.

Op welke manier heeft internet een plek bij jullie op school?
We zijn net over op glasvezel omdat ons netwerk de hoeveelheid devices die we inmiddels hebben niet meer aankon. De ontwikkelingen zijn het afgelopen halfjaar in een enorme stroomversnelling gekomen; wat normaal qua besluitvorming 2 of zelfs 3 jaar in beslag zou nemen, is vorig jaar gewoon in 2 maanden gerealiseerd. Nu heeft groep 1 t/m 3 een aantal Chromebooks per klas en vanaf groep 4 heeft elke leerling een eigen Chromebook op nummer. Ook hebben we in elke klas een digibord. 

We zijn dus goed bij maar hebben wel als uitgangspunt: ‘wat je schrijft, dat blijft.’ We doen echt wel een aantal dingen digitaal, maar bij ons ligt de nadruk op werken in werkboekjes en schriften. Dat vinden we heel belangrijk want zo kunnen we feedback geven tijdens het proces. Ik denk dat het heel belangrijk is dat dat gewaarborgd blijft. Bij ons zitten de leerlingen hooguit een kwart van de tijd achter de laptop, dat is echt niet veel.

Ook hebben we afgesproken: mobiele telefoons houden we uit de klas. Je hebt ze gewoonweg niet nodig op school. Ik zie wel om me heen dat leerkrachten ze inzetten in de klas, maar als ik Kahoot wil spelen, dan doen we dat op de Chromebooks. En als ik met Prowise iets wil doen waar ze op kunnen reageren, dan doen we dat op de Chromebooks, want die kunnen we ook als tablet gebruiken. De telefoon maken we gewoon niet belangrijk op school en je merkt dat dat door kinderen en ouders eigenlijk prima wordt geaccepteerd. 

Werken jullie aan mediawijsheid op school?
Ja, we steken zeker ook in op mediawijsheid. Kinderen hebben echt niet in de gaten wat voor sporen ze online achterlaten. Ze plaatsen van alles en reageren op van alles, maar ze hebben eigenlijk het benul niet van wat dat verder doet. Onlangs vertelde een leerling dat ze het aan tafel over bepaalde automerken hadden gehad terwijl zijn mobiel op tafel lag. Toen ze later YouTube-filmpjes over iets anders op gingen zoeken, kwamen er de hele tijd autoreclames van de genoemde merken voorbij. Daar waren ze heel erg van geschrokken. Dat je dus eigenlijk heel kwetsbaar bent. Ik heb toen een les daarover opgezocht en nu zijn ze zich daar wel bewuster van. 

We doen ook mee met de Week van de Mediawijsheid en werken met een methode waarmee we structureel les over mediawijsheid geven. Daarnaast geef ik ze zelf ook geregeld zoekopdrachten waarmee ze op Google en Bing aan de slag gaan. Dat gaat dan over of ze daar fatsoenlijk mee om kunnen gaan en of er verschil in de zoekresultaten van verschillende zoekmachines zit. Ik denk dat je ze zo meer leert dan dat je boos wordt als ze grenzen opzoeken. Dat doen ze toch wel op deze leeftijd.

Wat doen ze dan?

Vooral veel op Youtube, vlogs kijken, en ik had een kind in mijn klas die het ontzettend leuk vond om Wikipediapagina’s aan te passen en dat soort grapjes uit te halen.

Dat weet je op een gegeven moment wel, dus dan houd je dat in de gaten. Nou zijn leerlingen heel vaardig, maar ze hebben de pech met een juf in groep 8 die dat ook redelijk is, dus dan loop ik langs in de klas en dan check ik of er tweede schermen open staan.

‘Oh, dat jij dat weet’, zeggen ze dan. Maar ze zien de humor er ook wel van in als je het in de gaten hebt.

Ik vind dat je als leerkracht de grenzen moet aangeven, want ik merk zelf ook dat je ontzettend afgeleid wordt als je toch andere programma’s open hebt staan of als je even iets op gaat zoeken; dan ben je zo weer een half uur kwijt.

Die grenzen aangeven, hoe gaat jullie school daar verder mee om?
Bovenschools zijn ze nu bezig met een controle-tool, waarmee je op je eigen device met de schermen van de leerlingen mee kan kijken. Ik zou helemaal niet verkeerd vinden. Dat klinkt heel erg controlerend, maar ik denk dat het ook een stukje bescherming is naar de leerlingen toe. Ik probeer ze te leren op een verantwoorde manier met internet om te gaan. Wat ze daarin in hun vrije tijd doen dat regelen ze thuis maar, daar moeten ze thuis de grenzen in aangeven. En daar zijn wel grote verschillen. Er zijn ouders die zeggen: ‘nee, maximaal twee uur en daar is de telefoon dan ook op ingesteld en dan gaat-ie uit.’ Dat heb ik bij mijn kinderen ook gedaan. Ik had er een app op geïnstalleerd en na twee uur deed-ie niks meer, klaar. Punt. En er zijn kinderen die alle vrijheid van hun ouders daarin krijgen en die zijn eigenlijk de hele dag door online. Internet biedt zo veel mogelijkheden. Maar misschien wel té veel, want de sky is the limit momenteel. En dat is echt lastig voor kinderen, dat zij zelf moeten filteren wat ze nodig hebben. Maar op een gegeven moment zul je ze natuurlijk moeten leren dat ze daar, zonder die strakke uren eraan te hangen, zelf op een gezonde manier mee om leren gaan.