De luxe van een extra onderwijsassistent

Stories

Door Linda van Aalderen — 30 maart 2021

Giovanna Arends Onderwijsassistent ICT & Digitale Geletterdheid , SKSG (Stichting Kinderopvang Stad Groningen) op basisschool de Sterrensteen in Groningen..

“Op onze school zet ik als onderwijsassistent mijn ervaring met ict en digitale vaardigheden in. De digitale ontwikkelingen gaan in zo’n enorm rap tempo en op heel veel scholen wordt eigenlijk verwacht dat de leerkrachten dat er maar even bij doen in hun pakket. Ik ben hier een jaar geleden extra aangenomen en dat is echt een luxe.”

Giovanna Arends is onderwijsassistent ICT & Digitale Geletterdheid vanuit SKSG (Stichting Kinderopvang Stad Groningen) op basisschool de Sterrensteen in Groningen. Zij ontwikkelt samen met de ict-coördinator/deelprojectleider Digitale Geletterdheid lessen voor in het E-lab en in het klaslokaal. Ook geeft ze trainingen aan leerkrachten en pedagogisch medewerkers, werkt aan Wetenschap en Techniek tijdens de vsd (verlengde schooldag), is mede-eigenaar van Lab²Create en volgt de opleiding tot Mediacoach.

Welke plek heeft digitale geletterdheid bij jullie op school?
“We zijn continue bezig de kinderen bewust te maken van de gevaren en de idealen van internet. Ik heb samen met de ict-coördinator een jaarplanning gemaakt waarin alle vier de onderdelen van digitale geletterdheid aan de orde komen volledig volgens de SLO-leerlijnen. We zetten daarbij de methode van Basicly en Bink Wereldoriëntatie in, doen intensief mee aan de Week van de Mediawijsheid en we maken ook zelf lessen. De onderwerpen daarvoor komen soms bij de leerlingen vandaan. Laatst kwam er bijvoorbeeld een leerling naar me toe. ‘Juf’, zegt hij, ‘ik wil toch even wat vragen, want hoe kan het toch dat ik nog steeds te vinden ben op internet? Ik heb mijn YouTube-account verwijderd, ik wou het niet meer. Maar ik krijg nog steeds opmerkingen dat ik op internet sta.’ Toen dacht ik: dit is een hele mooie, dit neem ik mee in de les: als jij iets post op internet, dan blijft dat voor altijd staan.
Dan maken we bijvoorbeeld een opdrachtenkaart met ‘zoek eens op wat er in de krant van 1992 stond’. En dan merken ze hoe diep ze kunnen graven en dat is echt een stukje bewustwording. Sinds wij begonnen zijn met de lessen van mediawijsheid zijn kinderen zich veel meer bewust van de gevaren van internet, maar ook van de voordelen, wat natuurlijk heel belangrijk is.”

beeld: © Linda van den Born

Hoe ziet het online werken er voor de leerlingen uit bij jullie?
“We werken met een roulatiesysteem, al denk ik dat daar de komende jaren wel verandering in gaat komen en elk kind een eigen device heeft. Nu hebben alle klassen vier vaste computers en daarnaast hebben de middenbouw en de bovenbouw ongeveer 6 extra laptops en 4 iPads per klas. De onderbouw werkt alleen met iPads, als er 24 kinderen zijn dan hebben we 12 iPads in die klas. In de ochtend mogen de kinderen op het keuzebord kiezen of ze een activiteit willen doen op de iPad, bijvoorbeeld Taalzee, Rekentuin of de Beebot-app, en dan kunnen ze dat zelf aanvinken en zo wordt er gerouleerd. We zorgen dat alle kinderen elke dag de kans krijgen om met de iPad aan de slag te gaan. Daarnaast komen de kinderen ook in het E-lab en daar heb ik genoeg devices om alle kinderen tegelijk te laten werken. We doen digitale geletterdheid echt geïntegreerd in de klas en ze komen naar het E-lab om ook daar alle vier de vaardigheden, maar wel vooral robotica, de computational thinking, uit te voeren. De leerlingen zitten bij ons ongeveer een half uur per dag op een device, soms meer als ze aan een werkstuk moeten werken, maar dat valt op zich dus mee. Omdat we rouleren met devices, verdelen we die tijd ook over de klas. En bij ons is het ook: 20 minuten op het scherm is 20 seconden kijkpauze en dat weten kinderen.”

Hoe gaan jullie om met internet in de klas?
“We hebben heel duidelijke afspraken. En als je je als leerkracht daaraan houdt, dan houden de leerlingen zich er ook aan. Als je als leerkracht continu gaat rondlopen en iets van onzekerheid ontwikkelt, zo van: gaan ze wel serieus aan de slag? dan gebeurt er heel iets anders dan dat je duidelijke afspraken maakt.

Ik merk dat leerlingen dan ontzettend bezig zijn met ‘juf heeft afspraken gemaakt voordat wij gingen starten met de les’ en dat is dan hun uitgangspunt. Eén van die afspraken is bijvoorbeeld dat als de kinderen gaan internetten, dus als we ze echt vrijlaten in het zoeken van dingen via de zoekmachine, dat we afspreken: je typt in wat je moet zoeken en daar houd je het bij. Gebeurt dat niet dan geven we eerst een waarschuwing en mocht het kind dan weer een overtreding begaan dan zeggen we: ‘jij gaat de eerste dag niet meer op internet omdat jij niet weet hoe je daar goed mee om moet gaan op school.’ Dat levert wel eens de discussie op van ‘ja maar, thuis mag ik dat wel.’ ‘Ja’, zeg ik dan, ‘maar op school zijn er andere regels dan thuis.’ Het is belangrijk om dat doorlopend te herhalen. Want als zij thuis continu op internet zitten en ze mogen van alles kijken, dan moeten ze op school weer even de focus hebben. En ja: het gaat af en toe wel eens mis, maar ja, ook daar leren ze van.”

Wat vind jij van die verhouding tussen thuis en school?
“Nou, als alles weer een beetje gewoon is willen we wel heel graag ouderavonden gaan organiseren. Internet heeft heel veel pluspunten, maar ik ben er wel zeker van dat ouders zich meer bewust moeten zijn van bijvoorbeeld cyberpesten, wat echt regelmatig gebeurt onder de jeugd, en ook van wat er allemaal te zien is.

Neem bijvoorbeeld Tiktok, toen ik de kinderen vertelde dat daar een minimale leeftijd aanzit en dat het voor de kinderen van groep 8 niet geschikt is, stonden ze met open mond te kijken. En ouders maken gewoon klakkeloos een account aan voor ze, of ze doen het zelf. Ik bedoel: Tiktok, hartstikke leuk, maar daar zitten dus filmpjes tussen die gewoon totaal niet geschikt zijn voor kinderen. En hetzelfde met Snapchat: elke dag een filter gebruiken lijkt mij niet goed voor het zelfbeeld van het kind. Je bent prachtig zoals je bent en je hoeft niet altijd een filter te gebruiken. Dus ik ben er zeker van dat ouders daar meer op mogen letten. Maar nu in deze situatie kinderen veel thuis zitten en veel binnen zijn, denk ik wel dat ouders snel zoiets hebben van: laat maar. Misschien omdat ze hun werk moeten doen of omdat ze de discussie niet aan willen; er is snel een uitweg, dat merk ik wel hoor.”

Wat is volgens jou belangrijk als het gaat om digitale geletterdheid?
“Volgens mij is goed onderwijs van nu vooral investeren in goede digitale vaardigheden, omdat alles zich zo snel ontwikkelt. En dat mist op veel scholen nog heel erg: duidelijke afspraken hebben en dat ook gewoon naleven. Het waarborgen van de kwaliteit van de digitale geletterdheid van de kinderen; dat vind ik heel belangrijk.”

Door Linda van Myndr