Wat we kunnen leren van thuiswerkers in de ggz

Interviews

Door Linda van Aalderen — 12 november 2020

Een lockdown. Het brengt direct vragen over werken met zich mee. Zoals deze: zouden er ook situaties zijn waar online werken niet kan? Bijvoorbeeld omdat het een te grote impact heeft op hoe het werk verloopt. Bekijk de eerste lockdown door de ogen van Johan, klinisch psycholoog in Utrecht.

Johans patiënten zijn veelal mensen met persoonlijkheidsproblematiek, dat betekent dat je vastzit in patronen die je belemmeren in je dagelijks functioneren. Je bent bijvoorbeeld extreem gevoelig voor kritiek, je durft niet naar buiten of je hebt enorme verlatingsangst.

Routines

‘Ik zat ineens thuis aan de keukentafel met uitzicht op de vaat van die ochtend. Alles wat normaal en vanzelfsprekend was, werd nu een vraag. Hoe moet ik contact hebben met mijn patiënten? Kan ik hier wel ongestoord werken? Is de internetverbinding toereikend? Welke tijd spreek ik welke patiënt? Al onze routines werden doorbroken.

Juist routines zijn in de ggz essentieel. Voor onze patiënten is het belangrijk dat er zo veel mogelijk voorspelbaar is. Dat ze op de gang van zaken aan kunnen. Dan kosten de randvoorwaarden namelijk geen energie en stress, want je hoeft er niet over na te denken.

Die routines vind je overal terug; afspraken zijn zo veel mogelijk op dezelfde dag in de week; de afspraak verloopt volgens hetzelfde patroon; ik haal de patiënt op in de wachtkamer; in mijn spreekkamer zitten we op een vaste stoel en de sessie begint door de deur te sluiten zodat de patiënt zeker weet dat we niet gestoord worden. Dat hoort er allemaal bij.’

beeld: © Linda van den Born

De werkplek van Johan, klinisch psycholoog uit Utrecht

Wat niet in beeld komt

‘Thuis waren al de routines weg. Zo bestond de wachtkamer ineens niet meer. Ik zat achter mijn laptop te werken en één klik op de muis en de patiënt was in beeld en één klik en hij was weer weg. Terwijl ik normaal veel informatie haal uit hoe iemand is als ik hem ophaal. Hoe iemand erbij zit, je een hand geeft of de woorden die je al wisselt als je naar de spreekkamer loopt; dat vertelt al heel veel over hoe het met de patiënt gaat.

Ook de gesprekken zelf waren wezenlijk anders via een scherm. Je mist te veel. Tijdens gesprekken ben ik erg gespitst op hoe iemand eruit ziet en hoe iemand reageert op wat ik zeg, of het goed overkomt. Want het is belangrijk dat ik zeker weet dat een patiënt zich veilig voelt. Maar dat gaat veel minder in 2D. Op het scherm zag ik alleen maar een hoofd en miste ik alle andere informatie, bijvoorbeeld of iemand onrustig is met zijn handen of lichaam. Je ziet iemand de hele tijd onder dezelfde hoek, de stem komt anders over en nuances vallen weg. Dan kun je minder goed een inschatting maken.

Daarnaast zaten verbindingsproblemen me soms echt in de weg. Als je verbinding ineens hapert tijdens een cruciaal moment, dan zit je scheldend achter je computer. Dan was ik net bezig iemand door iets heel moeilijks te laten gaan dan glipte diegene weg. Dat is heel heftig, want juist dan móet je erbij zijn. Het maakte dat ik het eigenlijk niet te spannend kon maken omdat je in je achterhoofd houdt dat je weg kan vallen.’ 

De voordelen (want die zijn er natuurlijk ook)

‘De patiënten hadden er niet allemáál moeite mee, hoor. Er waren patiënten die het heerlijk vonden, zo vanuit huis. Ze hoefden zich niet persé uitgebreid aan te kleden, niet te reizen en ik had zelfs een patiënt die heerlijk relaxt een sigaretje opstak. Als je je snel onveilig voelt is, het heel fijn als je in je eigen vertrouwde omgeving kan blijven. Sommige patiënten konden opener zijn, juist omdat ze in hun éigen routine konden blijven.

Als therapeut krijg je op die manier andere informatie. Ook kon ik ‘live’ met iemand oefenen: bijvoorbeeld ‘meelopen’ door huis en ter plekke coachen. Of mee naar buiten. Dan zei ik: ‘oké, we gaan nu naar een roltrap’ en dan gingen we samen naar een roltrap.’

Hoe (niet) thuis te werken

Het lijkt misschien alsof dit verhaal over patiënten in de ggz gaat, maar gaat het eigenlijk niet over ons allemaal? De een is misschien flexibeler dan de ander, maar iedereen houdt van veiligheid en overzicht. We maken in elke setting onze eigen rituelen, zou je kunnen zeggen.

Johan: ‘Voor mij is een belangrijk werkritueel dat ik een bewuste scheiding maak tussen mijn werk en thuis. Zo kan ik mijn aandacht richten. Maar toen we ineens thuis moesten werken liep alles door elkaar. Onze werkcomputers bij de ggz functioneren op een zwaar beveiligd netwerk. Videobellen is daarop niet mogelijk. En dus moest ik daarvoor mijn eigen laptop gebruiken. Dat ik die scheiding niet meer kon maken, zorgde voor veel onrust en afleiding. Pas achteraf merk je hoeveel energie dat kostte.’

Door Linda van Myndr